Douwe Tot

1886 - 1959

Home     Stambomen     Pedigree     Familieberichten     Fotoalbum     Familiewapen     Diversen     Contact     Links

 

Na de ondergang van de Brandaris I kreeg al spoedig Klaas van Urk het commando over de Terschellinger reddingboot en in 1930 werd Douwe Tot, al van 1923 af stuurman, schipper. Hij redde in twintig jaar (1930 - 1950) in 145 tochten 256 schipbreukelingen. Een ellendig ongeluk maakte een eind aan zijn leven. Een niet minder rampzalig einde vond zijn zoon en opvolger Klaas Tot, die op 16 augustus 1953 tijdens een zeiltocht verdronk. Vader en zoon waren geweldige zeelui. Een grootse reddingtraditie vond in hen een hoogtepunt. Reeds als jongen had Klaas iets van een Viking, geestelijk altijd bezig met schepen en zee, agressief, bang voor niets en niemand. Het oeroude type van de met schip en zout water getrouwde eilander, die de zee met strakke teugel als een edel, vurig en weerspannig paard berijdt.

De "Katowice"

Douwe Tot was op het hoogtepunt van zijn kunnen, toen hij op 1 maart 1949 uitvoer naar de Pool "Katowice", die tijdens vliegend stormweer op de Noordwestergronden verdaagde en daar in twee stukken brak. Het waaide die dag zo hard dat de haren je van de kop vlogen. Je kon niet meer van een of ander soort weer spreken, het was een ontembaar geweld dat tegen je opdonderde, zee en regen waren n element geworden. De reddingboot schokte en ramde door een zee van wolken, wolken scherend over de dichte schuimsluiers boven de kokende zee. Ik sprak Douwe Tot een maand na de "Katowice"-actie en hij probeerde me te vertellen hoe het er met de zee en wind had voorgestaan bij het uitstomen. Maar na een paar tastende zinnen keek hij me aan, haalde de schouders op en zei: "Het was bij de beesten af, ik hoop dat ik het nooit meer zo meemaak, er zijn geen woorden voor."

Zijn rapport over de redding van de zesentwintig                                                                                     koppen is dan ook geen weelderig gedetailleerde proza. Het is streng haast onvriendelijk, terughoudend als het relaas van                                                                                 iemand die verschrikkelijke dingen heeft beleefd. Hier volgt het: Voeren door het Molengat en Boomkensdiep en verders                                                                                     de Engelse hoek in, waar een allemachtige branding sting, naar het schip en aangezien het schip langs de zee zat, viel het                                                                                        niet mee de mensen eraf te krijgen. (Bij "langs de zee zitten"is er geen lij voor de redders. A.S.) De "Brandaris"werd dan                                                                                      ook verscheidene malen tegen het schip geramd, zodat wij hierbij ons boordanker verspeelden.
Na een goed half uur bij de boot geworsteld te                                                                                        hebben, lukte het om de bemanning - 26 koppen - eraf te krijgen. En voeren dus weer de zee door de branding van de                                                                                    Engelse hoek langs het Boomkensdiep en Schuitegat tot in de haven van Terschelling , waar wij te 1 uur nm.. vastmeerden.                                                                                   J.W.F. Werumus Buning trof ruim een half jaar later een spraakzamer Tot aan dan ik! "t Was vliegend weer, niets te zien,                                                                                 stuivend water. Wij kwamen zijn luiken en sloepen en vaten hier tegen (dat was in het Boomskensdiep A.S.), dus je wist                                                                                   hoe kwaad ze zaten. 't Was slecht weer, weet U. Niets te zien. Brokken water, stukken water. Je voer op het blinde gevoel                                                                                  af.....onderdoor, om zo te zeggen....".   "t Moest ook erg          wezen."zei hij, "maar wat je in die stormzee tegen-                                                                                   kwam aan wrakstukken. En toen we haar zagen, zat ze dan ook slecht, alleen het voorschip nog zichtbaar achter muren                                                                                       water. Nou ja, we moesten ze hebben. We hebben er haar met de kop opgezet, ons anker bleef haken op de verschan-                                                                                      sing van de "Katowice", en de schacht knapte af, kapot gekraakt. Gelukkig maar....anders waren wij er onderdoor                                                                                     gegaan. Ze waren eigenlijk wat bang en achterlijk om op z een klein scheepje als het onze over te komen. Al waren                                                                                        ze in doodsnood.... Ze hadden ook wel een nootje op. Kan je begrijpen, met een uur leven, en die watervallen,                                                                                       op die slechte plaats...."

Een uur na de aankomst in de haven van  Terschel-      Douwe Tot, schipper van de Terschellinger       ling moesten Tot en zijn mannen opnieuw uitvaren. Een kustvaarder (H.A.S.T. IV) dreigde op de gronden te stranden.       "Brandaris" n der zr groten. Hij kwam       In het Thomas Smitgat werd de zware koperen stuurkap door een "vervaarlijk brullende grondzee" in elkaar gedrukt         in de vijftiger jaren door een ongeluk om         (stel u dat eens voor) en de zware bronzen gedenkplaat van de Duitse regering - een bewijs van dankbaarheid voor de           leven.                                                                  vele diensten die de "Brandaris I" in de eerste wereldoorlog ook aan Duitsers had verleend - ging totaal verloren, weg-                                                                                    gebeukt als een houten naambordje. Hulp aan de H.A.S.T. IV bleek echter niet nodig: "keerden onverrichterzake terug", vermeldt Tot's rapport. Nu moet u nog weten, dat de "Brandaris" die ochtend - vr de "Katowice"-actie - k reeds naar buiten was geweest om assistentie te verlenen aan een paar scheepjes om de West-Meep - die het gelukkig zelf konden klaren. Alles bij elkaar was het wel een volle, roezige dag - die eerste maart van 1949 - maar zesentwintig geredden waren alle pijn en kopzorg waard

Bron: Van Zeerampen en Redders - Age Scheffer  ISBN 90.6148.261.5

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug


Copyright 2007 - W.T.A. Tot

Stuurkap van de Brandaris bij terugkomst in de haven van Terschelling

Bemanning Brandaris II v.l.n.r. E.R. de Beer (opstapper), J. de Beer (stuurman), D. Tot (schipper), K. Tot( 2e stuurman)